Verlof

In België hebben voltijdse werknemers over het algemeen recht op 4 weken jaarlijkse vakantie. Zij hebben ook recht op verlof in geval van ziekte of andere omstandigheden.

Voltijdse werknemers hebben in België doorgaans recht op 4 weken jaarlijkse vakantie. De berekening van het aantal vakantiedagen en van het vakantiegeld verschilt wel tussen arbeiders, bedienden, leerjongeren, kunstenaars en ambtenaren.

Gewone vakantie voor bedienden en leerling-bedienden

In het kader van de gewone vakantie voor bedienden hebt u recht op maximaal 4 weken vakantie per jaar.

Berekening van de duur van uw vakantie

Uw werkgever berekent de vakantiedagen waarop u recht hebt op basis van uw prestaties van het vakantiedienstjaar (dat wil zeggen het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin u uw vakantie opneemt) en uw prestaties tijdens het vakantiejaar (dat wil zeggen het jaar waarin u uw vakantie opneemt).

Er wordt rekening gehouden met de volgende prestaties:

  • de dagen van effectieve arbeid (de dagen waarop u gewerkt hebt)
  • de dagen van inactiviteit (de dagen waarop u niet gewerkt hebt) die gelijkgesteld worden met normale werkelijke arbeid

Hoe geniet u uw gewone vakantiedagen?

U geniet uw vakantiedagen als u nog steeds in actieve dienst bent en een uitdrukkelijke aanvraag indient bij uw werkgever.

Individuele vakantiedagen worden vastgelegd in onderlinge overeenstemming tussen de werknemer en de werkgever.

Een onderneming kan vakantie ook inplannen aan de hand van een collectieve sluiting.

Vakantiegeld wanneer u actief bent

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • enkel vakantiegeld: het normale loon dat uw werkgever u toekent voor elke toegekende vakantiedag, en
  • dubbel vakantiegeld: een supplement voor elke gepresteerde of daarmee gelijkgestelde maand gedurende het vakantiedienstjaar. Het komt overeen met 1/12de van 92% van het brutoloon van de maand waarin u uw vakantie neemt.

Bij de berekening wordt gekeken naar:

  • het loon dat u ontvangen hebt voor de dagen waarop u gewerkt hebt, en
  • het fictief loon voor inactiviteitsdagen die gelijkgesteld worden met (d.w.z. beschouwd worden als) dagen van effectieve arbeid.

U ontvangt het nettobedrag van het vakantiegeld, na aftrek van de sociale en fiscale bijdragen.

Vakantiegeld bij het einde van een arbeidsovereenkomst

Uw werkgever betaalt u:

  • voor het vakantiejaar in de loop waarvan de overeenkomst afloopt, het enkele vakantiegeld voor het saldo van de verlofdagen die u nog moet opnemen en het dubbele vakantiegeld als u dat nog niet ontvangen hebt;
  • voor het vakantiejaar dat volgt op het jaar waarin de overeenkomst afloopt, het enkele vakantiegeld en het vervroegde dubbele vakantiegeld.

Aanvullende vakantie bedienden en leerling-bedienden

Aanvullende vakantie: waarover gaat het?

Werkt u dit jaar en hebt u vorig jaar niet gewerkt, dan hebt u geen recht op gewone vakantie. U hebt ook geen recht op de volledige gewone vakantie (4 weken) indien u uw arbeidsstelsel tijdens het jaar verhoogt. Dit wordt opgevangen door de aanvullende vakantie, waardoor u "aanvullende" vakantiedagen kunt opnemen. Het betreft een recht, geen verplichting.

Voorwaarden om aanspraak te maken op aanvullende vakantie

Om recht te hebben op aanvullende vakantie moeten 3 voorwaarden vervuld zijn:

  1. U bevindt zich in een van de volgende situaties:
    • U begint een activiteit.
    • U hervat een activiteit na een periode van arbeidsonderbreking.
    • Als deeltijdse werknemer:
      • begint u voltijds te werken in het jaar waarin u vakantie neemt, of
      • verhoogt u uw arbeidsstelsel en komt u minstens 4 dagen te kort om recht te hebben op 4 weken gewone vakantie.
  2. U hebt een activiteit uitgeoefend gedurende minimaal 3 maanden (90 kalenderdagen) – de zogenaamde ‘aanloopperiode’.
  3. U hebt uw gewone vakantiedagen opgebruikt.

Gewone vakantie voor arbeiders en leerling-arbeiders

Betaling van het vakantiegeld bij gewone vakantie

De Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie (RJV) of een van de bijzondere vakantiefondsen betaalt jaarlijks het vakantiegeld van de gewone vakantie voor arbeiders. De sector waarin uw werkgever actief is, bepaalt welk vakantiefonds bevoegd is. Bekijk de lijst van de verschillende bijzondere vakantiefondsen op de website van de RJV.

De betaling van het vakantiegeld gebeurt tussen 2 mei en 30 juni. Voor meer informatie over de effectieve betalingsdatum waarop u uw vakantiegeld mag verwachten, meldt u zich aan bij uw rekening via 'Mijn vakantierekening’.

Uw werkgever hoeft geen stappen te ondernemen voor uw aansluiting. Die vindt automatisch plaats zodra het bevoegde vakantiefonds de eerste aangifte van uw werkgever ontvangt.

Uzelf hoeft enkel uw bankrekeningnummer door te geven aan het bevoegde vakantiefonds.

Berekening van het vakantiegeld bij gewone vakantie

Uw vakantiefonds berekent het vakantiegeld op basis van twee elementen:

  • het loon dat u ontvangen hebt voor de dagen waarop u gewerkt hebt
  • het fictief loon voor de inactiviteitsdagen (de dagen waarop u niet gewerkt hebt) die gelijkgesteld worden met werkelijk gewerkte dagen

U ontvangt het nettobedrag aan vakantiegeld, na aftrek van de sociale en fiscale inhoudingen.

Voor meer informatie over de berekening van het vakantiegeld bij gewone vakantie, bezoekt u de website van de RJV.

Om een simulatie te maken van het bedrag van uw vakantiegeld, meldt u zich aan bij uw rekening via ‘Mijn vakantierekening’.

Het fictief dagloon

Uw vakantiefonds kent u een fictief dagloon toe voor elke inactiviteitsdag die wordt gelijkgesteld met een werkelijk gewerkte dag. Bekijk de types inactiviteitsdagen die gelijkgesteld worden met werkelijk gewerkte dagen op de website van de RJV.

Uw vakantiefonds bepaalt uw gemiddeld fictief dagloon door uw maandelijks loon in uw arbeidsstelsel (voltijdse arbeid/deeltijdse arbeid, …) te delen door het aantal dagen waarop u gewerkt hebt. Als er geen loon is in het vakantiedienstjaar (dit is het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin u uw vakantie neemt), baseert uw vakantiefonds zich op het loon van het voorafgaande jaar of zelfs op het loon van het jaar daarvoor, indien nodig. Voor meer informatie over de berekening van het fictief dagloon, raadpleeg de website van de RJV.

Berekening van de duur bij gewone vakantie

Uw vakantiefonds berekent de dagen vakantie waarop u recht hebt in verhouding tot uw prestaties tijdens het vakantiedienstjaar. Er wordt vanzelfsprekend rekening gehouden met uw arbeidsstelsel (voltijdse arbeid/deeltijdse arbeid).

Uw prestaties bevatten:

  • * de dagen waarop u gewerkt hebt, en
  • * de dagen van inactiviteit die gelijkgesteld zijn met werkelijk gewerkte dagen.

U hebt recht op maximaal 24 dagen of 4 weken gewone vakantie per jaar in een arbeidsstelsel van 6 dagen per week of op 20 dagen of 4 weken gewone vakantie in een arbeidsstelsel van 5 dagen per week.

Voor meer informatie over de regels voor de berekening van de duur van uw gewone vakantie, raadpleeg de website van de RJV.

Om een simulatie te maken van de berekening van jouw vakantiedagen, meldt u zich aan bij uw rekening via ‘Mijn vakantierekening’.

Aanvullende vakantie voor arbeiders en leerling-arbeiders

Aanvullende vakantie: waarover gaat het?

Als u dit jaar werkt en u hebt vorig jaar niet gewerkt, dan hebt u geen recht op gewone vakantie. Ook als u uw arbeidsduur in de loop van het jaar verhoogde, hebt u geen recht op een volledige gewone vakantie (4 weken). Het systeem van aanvullende vakantie laat toe dergelijke situaties te verhelpen en biedt u de mogelijkheid om ‘aanvullend’ vakantie te nemen.

Opgelet: het gaat om een recht, niet om een verplichting.

Voorwaarden om aanvullende vakantie te kunnen genieten

Om recht te hebben op aanvullende vakantie, moet u de volgende 3 voorwaarden vervullen:

  1. U moet zich in een van de volgende situaties bevinden:
    • U start een activiteit, of
    • U herneemt een activiteit na een periode van inactiviteit, of
    • Als u een deeltijdse werknemer bent,
      • gaat u over naar een voltijdse functie gedurende het jaar waarin u vakantie neemt, of
      • verhoogde u uw arbeidsduur en hebt u minstens 4 dagen te kort om 4 weken gewone vakantie te bereiken;
  2. U moet een activiteit uitgeoefend hebben gedurende een minimale periode van 3 maanden (90 kalenderdagen), ‘aanloopperiode’ genaamd;
  3. U moet uw dagen gewone vakantie uitgeput hebben.

Voor meer informatie over de aanloopperiode (berekening, bijzondere voorwaarden), bezoekt u de website van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV). U vindt er ook voorbeelden van concrete situaties die recht geven op aanvullende vakantie.

Gewone vakantie voor niet-zelfstandige kunstenaars

Betaling van het vakantiegeld bij gewone vakantie

De gewone vakantie voor niet-zelfstandige kunstenaars wordt uitbetaald door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV). Als u hiervoor in aanmerking komt, betaalt de RJV u jaarlijks tussen 2 mei en 30 juni enkel en dubbel vakantiegeld. Voor meer informatie over de effectieve betalingsdatum waarop u uw vakantiegeld mag verwachten, meldt u zich aan bij uw rekening via ‘Mijn vakantierekening’.

Uw werkgever hoeft geen stappen te ondernemen voor uw aansluiting. Deze gebeurt automatisch zodra de RJV de eerste aangifte van de werkgever ontvangt.

U moet enkel uw bankrekeningnummer overmaken aan de RJV.

Berekening van het vakantiegeld bij gewone vakantie

De RJV berekent het vakantiegeld op basis van elementen die verschillen naargelang uw statuut.

Indien u werkt als kunstenaar met een arbeidsovereenkomst van arbeider, dan berekent de RJV uw vakantiegeld op basis van het loon dat u ontvangen hebt voor de dagen waarop u gewerkt hebt en op het fictief loon toegekend voor de inactiviteitsdagen (de dagen waarop u niet gewerkt hebt) die gelijkgesteld worden met (beschouwd worden als) werkelijk gewerkte dagen.

Voor meer informatie over de berekening van het vakantiegeld bij gewone vakantie voor de kunstenaars met een arbeidsovereenkomst van arbeider, raadpleeg de website van de RJV.

Bekijk er eveneens de categorieën van inactiviteitsdagen die gelijkgesteld kunnen worden.

Indien u werkt als kunstenaar met een arbeidsovereenkomst van bediende, dan berekent de RJV uw vakantiegeld op basis van het loon dat u ontvangen hebt voor de dagen dat u gewerkt hebt en op het fictief loon, ontvangen voor de gelijkgestelde inactiviteitsdagen. Weet dat de inactiviteitsdagen die meetellen beperkt zijn tot de types inactiviteitsdagen die in de reglementering van de bedienden opgenomen werden om elke discriminatie te vermijden.

Indien u werkt als kunstenaar betaald per prestatie, dus zonder arbeidsovereenkomst in de zin van de wet van 3 juli 1978, dan berekent de RJV uw vakantiegeld enkel op basis van het loon dat u ontvangen hebt voor de dagen waarop u gewerkt hebt. Er is geen fictief loon voor de inactiviteitsdagen omdat deze niet gelijkgesteld kunnen worden. Op die manier wordt elke discriminatie vermeden met de bezoldigde werknemers die door een arbeidsovereenkomst gebonden zijn.

U ontvangt het nettobedrag aan vakantiegeld, dus na aftrek van de sociale en fiscale inhoudingen.

Voor meer informatie over de berekening van het vakantiegeld bij gewone vakantie voor elk specifiek kunstenaarsstatuut, raadpleeg de website van de RJV. Als u een simulatie wenst te maken van het bedrag van uw vakantiegeld, meldt u zich aan bij uw rekening via ‘Mijn vakantierekening’.

Fictief dagloon

Indien u werkt als kunstenaar met een arbeidscontract van arbeider of met een arbeidscontract van bediende, kent de RJV u een fictief dagloon toe voor elke gelijkgestelde inactiviteitsdag.

De RJV bepaalt uw gemiddeld fictief dagloon door uw maandelijks loon in uw arbeidsstelsel (voltijds of deeltijds) te delen door het aantal dagen waarop u gewerkt hebt. Indien u geen loon hebt in het vakantiedienstjaar (het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin u uw vakantie neemt), dan baseert de RJV zich op het loon van het voorgaande jaar en zelfs het loon van de jaren daarvoor, indien nodig.

Voor meer informatie over de berekening van het fictief dagloon, raadpleeg de website van de RJV.

Berekening van de duur van de gewone vakantie

De RJV berekent de dagen vakantie waarop u recht hebt in verhouding tot de prestaties van het vakantiedienstjaar. Er wordt vanzelfsprekend rekening gehouden met uw arbeidsstelsel.

Indien u werkt als kunstenaar met een arbeidsovereenkomst als arbeider, dan berekent de RJV de duur van uw vakantie op basis van de dagen waarop u gewerkt hebt en op de gelijkgestelde inactiviteitsdagen.

Indien u werkt als kunstenaar met een arbeidsovereenkomst als bediende, dan berekent de RJV de duur van uw vakantie op basis van de dagen waarop u gewerkt hebt en op de gelijkgestelde inactiviteitsdagen. Zoals reeds uitgelegd, zijn de inactiviteitsdagen die meetellen beperkt tot de types inactiviteitsdagen zoals opgenomen in de reglementering voor de bedienden.

Indien u werkt als kunstenaar betaald per prestatie, zonder arbeidsovereenkomst in de zin van de wet van 3 juli 1978, dan berekent de RJV de duur van uw vakantie enkel op basis van de dagen waarop u gewerkt hebt. Inactiviteitsdagen worden niet in aanmerking genomen.

U hebt recht op maximum 24 dagen of 4 weken vakantie per jaar in een arbeidsstelsel van 6 dagen per week of op 20 dagen of 4 weken vakantie per jaar in een arbeidsstelsel van 5 dagen per week.

Voor meer informatie over de algemene regels voor de berekening van de duur van de gewone vakantie, raadpleeg de website van de RJV.

Als u een simulatie wenst te maken van de berekening van uw vakantiedagen, meldt u zich aan bij uw rekening via ‘Mijn vakantierekening

Aanvullende vakantie voor niet-zelfstandige kunstenaars

Aanvullende vakantie: waarover gaat het?

Indien u dit jaar werkt en u hebt vorig jaar niet gewerkt, dan hebt u geen recht op gewone vakantie. Ook als u uw arbeidsduur in de loop van het jaar verhoogde, hebt u geen recht op een volledige gewone vakantie (4 weken). Het systeem van aanvullende vakantie laat toe dergelijke situaties te verhelpen en biedt u de mogelijkheid om ‘aanvullend’ vakantie te nemen.

Opgelet: het gaat om een recht, niet om een verplichting.

Voorwaarden om aanvullende vakantie te kunnen genieten

Om recht te hebben op aanvullende vakantie, moet u de volgende 3 voorwaarden vervullen:

  1. U moet zich in één van de volgende situaties bevinden:
    • U start een activiteit, of
    • U herneemt een activiteit na een periode van inactiviteit, of
    • Indien u een deeltijdse werknemer bent,
      • gaat u over naar een voltijdse functie gedurende het jaar waarin u vakantie neemt, of
      • verhoogt u uw arbeidsduur en hebt u minstens 4 dagen te kort om 4 weken gewone vakantie te bereiken;
  2. U moet een activiteit uitgeoefend hebben gedurende een minimale periode van 3 maanden (90 kalenderdagen), ‘aanloopperiode’ genaamd;
  3. U moet uw dagen gewone vakantie uitgeput hebben.

Voor meer informatie in verband met de aanloopperiode (berekening, bijzondere voorwaarden), bezoek de website van de RJV (Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie).

U vindt er ook voorbeelden van concrete situaties die recht geven op aanvullende vakantie.

Jeugdvakantie

Als u jonger bent dan 25 jaar en u hebt minstens één maand in loondienst gewerkt in het jaar dat u uw studies, leertijd of opleiding hebt beëindigd, dan hebt u recht op jeugdvakantie in het daaropvolgende jaar.

Om recht te hebben op in totaal 4 weken vakantie en ter aanvulling van uw onvolledig recht op betaalde vakantie, ontvangt u van de RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening) voor elke jeugdvakantiedag een uitkering die gelijk is aan 65% van uw begrensd loon.

De jeugdvakantiedagen dienen opgenomen te worden na uitputting van de betaalde vakantiedagen. Ook deeltijdse werknemers hebben recht op jeugdvakantie. 

Seniorvakantie

Als u ouder bent dan 50 jaar en u hervat het werk in loondienst in de privésector na een periode van volledige werkloosheid of invaliditeit, dan hebt u in de meeste gevallen geen recht op vier weken betaalde vakantie. Ter aanvulling van uw onvolledig recht op betaalde vakantie, ontvangt u van de RVA voor elke seniorvakantiedag een uitkering die gelijk is aan 65% van uw begrensd loon.

Als een werknemer door ziekte of een ongeval niet in staat is om zijn werk uit te voeren, dan wordt zijn arbeidsovereenkomst geschorst. In een eerste periode blijft het loon ten laste van de werkgever: het betreft het gewaarborgd loon. Houdt de arbeidsongeschiktheid gedurende langere tijd aan, dan krijgt de werknemer een vervangingsinkomen dat wordt vergoed door de verplichte ziekteverzekering.

Een werknemer die om gezondheidsredenen niet meer in staat is om te werken, moet:

  • de werkgever onmiddellijk op de hoogte brengen
  • de werkgever binnen de voorziene termijn een medisch attest bezorgen
  • zich indien nodig onderwerpen aan het onderzoek van een controlearts

Gewaarborgd loon tijdens de eerste dagen arbeidsongeschiktheid

De eerste dagen arbeidsongeschiktheid worden door de werkgever betaald:

  • Voor bedienden is het loon gewaarborgd gedurende de eerste 30 dagen van de arbeidsongeschiktheid.
  • Voor arbeiders is het loon gewaarborgd gedurende de eerste 7 dagen. Daarna krijgen ze gedurende 7 dagen 85,88% van hun normale brutoloon. Van de 15e tot de 30e dag arbeidsongeschiktheid hebben arbeiders recht op een percentage van hun loon, dat door de werkgever wordt betaald bovenop de ziekteverzekering. De regeling voor arbeiders is zo ontworpen dat zij gedurende de eerste 30 dagen van arbeidsongeschiktheid hun normale nettoloon behouden.

Als de arbeidsongeschiktheid lang gaat duren, moet je het ziekenfonds daarvan op de hoogte brengen met een getuigschrift van arbeidsongeschiktheid dat is ingevuld door de behandelende arts. Bedienden moeten het ziekenfonds waarschuwen binnen 28 dagen en arbeiders binnen 14 dagen na het begin van de arbeidsongeschiktheid.

Zelfstandigen die omwille van een ziekte hun professionele activiteit moeten of willen onderbreken, kunnen een beroep doen op een vervangende ondernemer. Deze neemt de zaak tijdelijk over. Deze vervanging is mogelijk voor een periode van maximum 30 dagen per jaar, tenzij de afwezige zelfstandige tijdelijk arbeidsongeschikt of invalide is, met moederschapsrust is of zorgt voor een ernstig ziek kind of een terminaal ziek familielid. Dan wordt deze periode afgestemd op het ziekteverloop.

Meer informatie over de vervangende ondernemer kan je terugvinden bij de FOD Economie.

In België bestaat thematisch verlof dat werknemers toelaat voor korte periodes afwezig te zijn of zelfs ervoor te kiezen hun werktijd te verminderen voor diverse redenen. Afhankelijk van hun situatie zijn er verschillende mogelijkheden.   

Onderaan de verschillende soorten thematische verloven: 

  • Ouderschapsverlof
  • Palliatief verlof
  • Verlof voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid
  • Verlof voor mantelzorg

Ouderschapsverlof

In België heeft iedere werknemer in zowel de private als de publieke sector de mogelijkheid om ouderschapsverlof te nemen. 

Ouderschapsverlof is een thematisch verlof. Het is een specifieke vorm van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking die de mogelijkheid aan werknemers biedt arbeidsprestaties tijdelijk te schorsen of te verminderen met het oog op de opvoeding van jonge kinderen.

De werknemer heeft de keuze om op een van de volgende manieren zijn ouderschapsverlof op te nemen: 

  • Voltijds ouderschapsverlof: Elke werknemer (voltijds of deeltijds tewerkgesteld) kan gedurende een periode van vier maanden de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig schorsen (‘voltijds ouderschapsverlof’); de periode van vier maanden kan naar keuze van de werknemer in verschillende maanden worden opgesplitst.
  • Halftijds ouderschapsverlof: Elke voltijds tewerkgestelde werknemer kan gedurende een periode van acht maanden zijn arbeidsprestaties halftijds verderzetten; de periode van acht maanden kan naar keuze van de werknemer worden opgesplitst. Er moet echter rekening gehouden worden met een duur van twee maanden of een veelvoud hiervan bij elke aanvraag.
  • 1/5de ouderschapsverlof: Elke voltijds tewerkgestelde werknemer kan gedurende een periode van twintig maanden zijn arbeidsprestaties met één vijfde verminderen (‘1/5de ouderschapsverlof’); deze vermindering van de arbeidsprestaties kan naar keuze van de werknemer worden opgesplitst. Er moet echter rekening gehouden worden met een duur van vijf maanden bij elke aanvraag. 
  • 1/10de ouderschapsverlof: Elke voltijds tewerkgestelde werknemer kan gedurende een periode van veertig maanden zijn arbeidsprestaties met één tiende verminderen, mits akkoord van de werkgever (‘1/10de ouderschapsverlof’); deze vermindering van de arbeidsprestaties kan worden opgesplitst. Er moet echter rekening worden gehouden met een duur van tien maanden of een veelvoud hiervan bij elke aanvraag. 

Een overstap van de ene regeling naar een andere is mogelijk. Hierbij is het zo dat één maand schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan twee maanden halftijdse verderzetting van de arbeidsprestaties, aan vijf maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één vijfde en aan tien maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende.

Het recht op ouderschapsverlof geldt per kind dat aan de leeftijdsvoorwaarde beantwoordt, voor de twee ouders afzonderlijk, uiteraard voor zover de beide partners dit recht kunnen genieten.

Elke werknemer kan het ouderschapsverlof opnemen binnen een periode die begint te lopen vanaf de geboorte van zijn kind. De leeftijdsgrens wordt evenwel op 21 jaar vastgesteld wanneer het kind een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft.

Een werknemer heeft maar recht op ouderschapsverlof wanneer hij in de periode van 15 maanden die voorafgaan aan die schriftelijke kennisgeving aan de werkgever, gedurende 12 maanden verbonden is geweest met een arbeidsovereenkomst met de werkgever die hem tewerkstelt.

Ook in geval van adoptie is er een recht op ouderschapsverlof.

Onderbrekingsuitkering

In principe maakt de werknemer tijdens het ouderschapsverlof aanspraak op een onderbrekingsuitkering vanwege de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).
Meer informatie met betrekking tot de uitkeringen bij ouderschapsverlof kunt u vinden op de website van de RVA.

Palliatief verlof

Alle werknemers hebben het recht om de uitvoering van hun arbeidsprestaties volledig te schorsen of te verminderen met de bedoeling zich te wijden aan de palliatieve verzorging van een persoon die aan een ongeneeslijke ziekte lijdt. Deze persoon hoeft geen familielid te zijn.

Palliatieve verzorging is elke vorm van bijstand, dus zowel medische, sociale, administratieve als psychologische bijstand, en verzorging van personen die aan een ongeneeslijke ziekte in een terminale fase lijden.

Het palliatief verlof kan op een van de volgende manieren worden opgenomen:

  • Elke werknemer (voltijds of deeltijds) kan de arbeidsprestaties volledig schorsen gedurende een periode van maximum 1 maand per patiënt. Deze periode kan twee keer worden verlengd met 1 maand.
  • Elke voltijdse werknemer kan de arbeidsprestaties verminderen met 1/5 of ½ gedurende een periode van maximum 1 maand per patiënt.  Deze periode kan twee keer worden verlengd met 1 maand.
  • Elke deeltijdse werknemer van wie het normaal gemiddeld aantal arbeidsuren per week ten minste gelijk is aan drie vierden van het gemiddeld voltijds aantal arbeidsuren van een werknemer die voltijds is tewerkgesteld, kan de arbeidsprestaties verminderen tot de helft van een voltijdse betrekking tijdens een periode van maximum 1 maand per patiënt. Deze periode kan twee keer worden verlengd met 1 maand.

Het verlof gaat in op de eerste dag van de week volgend op de week waarin een attest van de behandelende geneesheer door de werknemer aan de werkgever werd overhandigd of, mits akkoord van de werkgever, op een vroeger tijdstip.

Onderbrekingsuitkering

Meer informatie over het recht op onderbrekingsuitkeringen tijdens palliatief verlof vindt u op de website van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA)

Verlof voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid

Elke werknemer het recht om de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig te schorsen of om zijn arbeidsprestaties te verminderen met de bedoeling een zwaar ziek gezins- of familielid bij te staan of te verzorgen.

Om een zwaar ziek gezins- of familielid bij te staan heeft de werknemer de keuze om op een van de volgende manieren verlof op te nemen:

  • Elke werknemer (voltijds of deeltijds) kan de arbeidsprestaties volledig schorsen gedurende een periode van maximum 12 maanden per patiënt. Deze onderbrekingen moeten telkens worden genomen met periodes van minimum 1 maand en maximum 3 maanden.
  • Elke voltijdse werknemer kan de arbeidsprestaties verminderen met 1/5 of 1/2 gedurende een periode van maximum 24 maanden per patiënt. Deze periodes van vermindering van arbeidsprestaties moeten eveneens telkens worden genomen met periodes van minimum 1 maand en maximum 3 maanden.
  • Elke deeltijdse werknemer van wie het normaal gemiddeld aantal arbeidsuren per week ten minste gelijk is aan drie vierden van het gemiddeld voltijds aantal arbeidsuren van een werknemer  die voltijds is tewerkgesteld, kan de arbeidsprestaties verminderen tot de helft van een voltijdse betrekking tijdens een periode van maximum 24 maanden per patiënt. Deze periodes van vermindering van arbeidsprestaties moeten eveneens telkens worden genomen met periodes van minimum 1 maand en maximum 3 maanden.

Onderbrekingsuitkering

Meer informatie over het recht op onderbrekingsuitkeringen tijdens een verlof voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid vindt u op de website van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).

Verlof voor mantelzorg

Sinds 1 september 2020 is een nieuwe vorm van thematische loopbaanonderbreking tot stand gebracht voor werknemers die erkend zijn als mantelzorger van een zorgbehoevende persoon.

De werknemer die gebruik wenst te maken van dit nieuwe thematische verlof, moet voldoen aan een aantal wettelijke voorwaarden en moet in het bijzonder erkend worden als mantelverzorger. Om deze erkenning te bekomen moet de mantelzorger onder andere:

  • een vertrouwensrelatie of een nauwe, affectieve of geografische relatie hebben opgebouwd met de geholpen persoon
  • een bestendig en daadwerkelijk verblijf in België hebben 
  • ingeschreven zijn in het bevolkings- of vreemdelingenregister

De bijstand en hulp mogen niet beroepshalve worden verleend en moeten kosteloos en in samenwerking met ten minste een professionele zorgverlener worden verstrekt.

De erkenning kan worden aangevraagd sinds 1 september 2020. De werknemer die over de betrokken erkenning beschikt, kan dit nieuwe thematische verlof aan zijn werkgever aanvragen en een uitkering van de RVA bekomen.

Meer informatie over ouderschapsverlof en thematisch verlof vindt u op de website FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en op de website van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).

 

FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg - Contactcentrum van de Arbeidsinspectie:

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA):